Portretfotografie met de Canon R5 – mijn ervaring en instellingen
Portretfotografie is een van de meest veelzijdige en persoonlijke vormen van fotografie. Je legt niet alleen een gezicht vast, maar ook een emotie, een verhaal, een sfeer. Hoewel ik me vaak richt op landschappen, kom ik ook heel regelmatig in situaties waarin ik portretten maak: van familieshoots, bij evenementen, tijdens bedrijfsfotografie of in meer journalistieke settings.
Canon R5
De Canon R5 is voor mij daarin een gamechanger geweest. Een belangrijke reden dat ik deze camera heb aangeschaft, is de autofocus. Mijn vorige camera had moeite met nauwkeurig scherpstellen, vooral bij bewegende onderwerpen. Het gevolg: ik was meer bezig met het corrigeren van de scherpstelling dan met de creatieve keuzes van mijn beeld. En dat is zonde.
Met de R5 kan ik mijn energie weer steken in de creatieve kant van fotografie: licht, compositie, interactie met het model. Hieronder neem ik je mee in hoe ik portretten fotografeer met de Canon R5, welke instellingen ik gebruik, en hoe de camera mij ondersteunt in het maken van scherpe, creatieve en sfeervolle beelden.
Autofocus: het hart van portretfotografie
De autofocus van de Canon R5 is ronduit indrukwekkend. De Eye-AF (oog-autofocus) functie is voor mij echt onmisbaar geworden. De camera herkent automatisch het oog van je onderwerp en blijft daar scherp opstellen, zelfs als de persoon beweegt. Dit betekent dat ik bijna altijd gegarandeerd scherpe portretten heb.
Stel je voor: je fotografeert kinderen die op je af komen rennen, of iemand die lacht en zich even omdraait. Waar je vroeger bang was dat de scherpte net op de verkeerde plek zou liggen, kan je nu vertrouwen op de technologie. In 99% van de gevallen zit de scherpte precies waar ik hem hebben wil: op de ogen.
Natuurlijk werkt het systeem niet altijd perfect. Als iemand bijvoorbeeld van je afloopt, zal de camera overschakelen naar het hoofd.
Fotografeer je meerdere personen tegelijk, dan kan de autofocus geneigd zijn zich vast te bijten in één gezicht. Dat vind ik persoonlijk prettig, want ik stel mijn camera zo in dat hij “sticky” blijft hangen op het eerste oog dat hij heeft opgepikt. Wil ik toch overschakelen, dan gebruik ik de joystick achter op de camera om snel een ander oog of gezicht te selecteren. Dat geeft mij controle, zonder snelheid te verliezen. Lees hier meer over de Canon R5 in een andere blog.
Werken met RF-lenzen
In combinatie met een RF-lens werkt de Canon R5 bijna intuïtief. Mijn favoriete lens voor portretten is de RF 24-70mm f/2.8. Deze lens geeft me flexibiliteit: van een close-up portret op 70mm met een prachtige onscherpe achtergrond, tot een bredere setting op 24mm als ik meer van de omgeving wil meenemen.
Een handig extra is de control ring op RF-lenzen. Die kan je zelf programmeren. Ik heb hem zo ingesteld dat ik met een combinatieknop en het draaien van de ring kan bepalen hoe ik scherpstel. Meestal gebruik ik Eye-AF, maar soms wil ik bewust scherpstellen op iets anders – bijvoorbeeld een glas wijn dat iemand vasthoudt, of een object dat een rol speelt in het verhaal. Door snel te schakelen kan ik mijn creatieve keuzes vertalen naar de camera, zonder dat ik het moment verlies.
Sluitertijd, diafragma en ISO
Qua instellingen houd ik het graag praktisch en eenvoudig.
- Diafragma: Vaak fotografeer ik portretten op f/2.8. Dit geeft die mooie onscherpe achtergrond die de nadruk legt op het gezicht. Zeker buiten, waar je vaak te maken hebt met een drukke achtergrond, helpt dit enorm om rust in de foto te brengen. Natuurlijk speel ik soms met een kleiner diafragma als ik meer scherpte wil in de omgeving.
- Sluitertijd: Voor portretten houd ik een minimale sluitertijd van 1/200s aan. Zelfs met beeldstabilisatie kan bewegingsonscherpte ontstaan als het model beweegt. Een snelle sluitertijd voorkomt dat en zorgt voor scherpe foto’s.
- ISO: Ik probeer mijn ISO altijd zo laag mogelijk te houden om ruis te vermijden. Dankzij de goede prestaties van de Canon R5 durf ik echter gerust tot ISO 3200 of zelfs hoger te gaan, zonder dat dit storend wordt. In de beeldbewerking kan je ruis tegenwoordig ook vrij gemakkelijk verminderen of helemaal weghalen.
Betrouwbaarheid en back-up
Portretten zijn vaak momenten die je niet kan overdoen. Daarom laat ik mijn foto’s altijd dubbel opslaan op beide geheugenkaarten in de camera. Mocht er één kaart falen, dan heb ik altijd een back-up.
Daarnaast fotografeer ik altijd in RAW. Dit geeft mij de meeste mogelijkheden in de nabewerking: om belichting te corrigeren, huidtinten te verfijnen of details in de schaduwen terug te halen.
Waarom de Canon R5 ideaal is voor portretten
Voor mij is de Canon R5 dé perfecte camera in portretfotografie. Niet alleen vanwege de technische kwaliteiten – zoals de Eye-AF, de hoge burst-snelheid en de fantastische beeldkwaliteit – maar vooral omdat de camera mij rust geeft. Ik hoef me niet meer druk te maken of de scherpte wel goed zit.
Daardoor kan ik me richten op wat écht belangrijk is: het contact met mijn model, het zoeken naar mooi licht, het vastleggen van emotie. Dat is waar portretfotografie om draait.
Of je nu werkt met een Canon R5, een andere systeemcamera of zelfs een eenvoudigere body: de instellingen en tips die ik hierboven heb gedeeld zijn breed toepasbaar. Uiteindelijk gaat het erom dat jij een manier van werken vindt die bij je past. Voor mij is de Canon R5 daarin een onmisbare tool geworden – eentje die mij helpt om keer op keer portretten te maken waar ik trots op ben.
Nog meer kan je lezen over de camera bij Cameranu

