Wat is nou eigenlijk mooi licht in fotografie?
Als fotograaf heb je het vast wel eens gehoord of zelf gezegd: “Dat is mooi licht!” Tijdens fotoshoots, landschappen of bedrijfsfotografie zijn we er allemaal naar op zoek. Maar wat ís mooi licht nou eigenlijk? Het antwoord is niet zwart-wit. Het hangt af van je persoonlijke stijl en de omstandigheden waarin je fotografeert. Toch zijn er wel een aantal richtlijnen en inzichten die je kunnen helpen om licht beter te begrijpen en toe te passen in je foto’s.
In deze blog neem ik je mee in mijn eigen ervaring met licht. Ik bespreek wat fotografen vaak bedoelen met “mooi licht”, hoe je dat herkent in verschillende situaties en hoe je er bewust gebruik van kunt maken. Ook geef ik praktische tips die je meteen in de praktijk kunt brengen.
Mooi licht is deels persoonlijk
Wat jij mooi vindt, hoeft niet per se iemand anders mooi te vinden. De ene fotograaf houdt van harde contrasten en sterke schaduwen, de ander kiest juist voor dromerig, zacht licht. Het is belangrijk dat je ontdekt wat bij jouw stijl past. Als jij weet wat je wilt uitstralen, kun je licht gebruiken als een krachtig gereedschap om dat te bereiken.
Toch zijn er een aantal eigenschappen van licht die bijna universeel worden gezien als “mooi”. Het gaat vaak om licht dat zacht, warm en gebalanceerd is. En dat brengt ons bij een van de belangrijkste begrippen in fotografie: zacht licht.
Mooi licht in landschapsfotografie
Als landschapsfotograaf ben ik bijna continu op zoek naar zacht licht. Vooral tijdens zonsopkomst of zonsondergang is dat een uitdaging: het contrast tussen lucht en landschap is vaak groot. Dan gebruik ik hulpmiddelen zoals een grijsverloopfilter of HDR-techniek om het beeld in balans te brengen. Maar de basis blijft: zacht licht.
Mist speelt hierin vaak een hoofdrol. Het verzacht niet alleen het licht, maar zorgt ook dat storende elementen in de achtergrond minder opvallen. Daardoor komt je onderwerp veel sterker naar voren.
Mooi licht in portretfotografie
Bij portretten is licht minstens zo belangrijk. Veel fotografen werken graag tijdens het golden hour: het uur na zonsopkomst of voor zonsondergang. Het licht is dan zacht, warm en laag – ideaal voor portretten met een natuurlijke gloed.
Fotografeer je midden op de dag, dan krijg je vaak hard licht. Dit leidt tot diepe schaduwen in het gezicht en mensen die met hun ogen knijpen. Dat wil je meestal vermijden. Je kunt dit oplossen door te fotograferen in de schaduw, tegen het licht in te werken (backlight), of gebruik te maken van reflecties zoals een witte muur of een reflectiescherm.
Een voorbeeld: stel je model staat in het bos. Achter je model staat een bomenrij. Als er van achter die bomen net wat licht komt, ontstaat er een mooie rand van licht om het haar. Combineer dat met een donkere achtergrond en je model springt meteen los uit de foto. Let er er wel op dat je model in het gezicht nog voldoende licht heeft, anders krijg je een silhouet.
Mooi licht bij evenementen en bedrijfsfotografie
Bij landschappen en portretten kun je vaak bewust een moment of locatie kiezen voor mooi licht. Maar bij evenementen of bedrijfsfotografie heb je die luxe niet altijd. Dan moet je werken met het licht dat er is.
Bijvoorbeeld: op een dansvloer zet een DJ vaak gekleurde lampen in. Je kan dan zomaar een felrode spot op iemands gezicht hebben, wat er onnatuurlijk uitziet. Hier moet je als fotograaf creatief omgaan met je standpunt en je instellingen. Soms neem ik ook mijn eigen licht mee, zoals een reportageflitser of lamp op statief, om toch zachter of neutraler licht te creëren.
Mooi licht leren zien
Het herkennen van mooi licht is iets dat tijd kost. Zeker als je net begint met fotograferen kan het frustrerend zijn: je maakt foto’s, maar ze zien er niet zo “magisch” uit als bij andere fotografen. Vaak ligt dat niet aan je camera, maar simpelweg aan het licht.
Hoe vaker je erop let, hoe beter je het gaat zien. Let eens bewust op waar het licht vandaan komt, hoe hard of zacht het is, en hoe het je onderwerp beïnvloedt. Ga eens wandelen tijdens verschillende momenten van de dag en observeer het verschil.
Praktische tips voor mooi licht
Wil je direct aan de slag? Hier zijn wat tips die je kunt uitproberen:
- Plan rond golden hour: ga een uur voor zonsondergang of na zonsopkomst fotograferen.
- Zoek diffuus licht: fotografeer bij bewolking of gebruik schaduwplekken.
- Maak gebruik van mist: dit geeft landschappen direct een rustige, dromerige sfeer.
- Experimenteer met tegenlicht: plaats je model zo dat het licht van achter komt en gebruik reflecties van muren of schermen om het gezicht te verlichten.
- Neem een reflectiescherm of flitser mee: zo kun je zelf het licht sturen als het niet ideaal is.
- Let op de achtergrond: je oog word getrokken door licht, dus zorg dat de achtergrond net wat donkerder is dan je onderwerp.
- Observeer in plaats van klikken: soms is het beter om even stil te staan en te kijken hoe het licht verandert.
Conclusie
Mooi licht is deels een kwestie van smaak, maar vaak komt het neer op zachtheid, balans en warmte. Of je nu landschappen, portretten of evenementen fotografeert: licht kan je foto maken of breken.
Het is normaal dat je in het begin moeite hebt om mooi licht te herkennen. Maar hoe meer je erop let, hoe sneller je patronen gaat zien. En zodra je begrijpt hoe je licht kunt gebruiken, zul je merken dat je foto’s direct sterker, creatiever en sprekender worden.
Dus de volgende keer dat je op pad gaat met je camera: stop even, kijk goed om je heen en vraag jezelf af – waar zit hier het mooie licht?
De technische instellingen
Voor deze foto koos ik voor de volgende instellingen:
- Diafragma: f/11 – om voldoende scherptediepte te krijgen.
- Brandpuntsafstand: 16 mm – om de voorgrond extra nadruk te geven en de ruimte te laten spreken.
- ISO: 1600 – het licht was beperkt en ik wilde de sluitertijd kort genoeg houden.
- Sluitertijd: 1/30 seconde – nog net uit de hand te fotograferen, zonder dat er bewegingsonscherpte ontstond.
Normaal zou ik bij zo’n situatie misschien focus stacking toepassen (meerdere foto’s op verschillende scherpstelpunten combineren), maar vanwege het snel veranderende licht koos ik ervoor om dat niet te doen. Dankzij het diafragma en de keuze om 1/3 in beeld scherp te stellen, kreeg ik toch de gewenste scherpte.

